Sustainability expert Harry Aiking: "We have to adopt an eatless approach”

More and more vegetable-based alternatives to meat and dairy are coming onto the market. A positive development, but we're not there yet, emphasizes sustainability expert Harry Aiking, Emeritus Professor at the Free University Amsterdam: "Time to change your mind."

Whether it’s a veggie burger, an oat-milk latte or vegetable yoghurt with soy and coconut, consumers who want to eat more vegetable and less animal food are finding much more choice in the supermarket. Nevertheless, the average Dutch person still eats twice as much animal as vegetable protein. "This should be the other way around," says Aiking. Other Western countries also eat much more animal protein than vegetable protein, with the exception of Asia, Africa and South America. "But in countries like China and India, the consumption of meat and dairy products, respectively, is increasing in parallel with rising incomes.

Although there are an increasing number of consumers who continue to live as flexitarians, vegetarians or vegans, the total consumption of meat and dairy products is still growing. "So let us not celebrate too soon.”

Consuming less

Developing a long-term vision, thinking in a different way and adopting an eatless approach. According to Aiking, this needs to be the credo. "We should no longer want to eat meat every day," he says. "Because this not only contributes to increased emission of nitrogen and loss of biodiversity, it also costs much water, land and energy. Eating less dairy would also benefit both the environment and public health.

Consuming less demands a process of awareness-creation among consumers. Whereas many consumers in North America swear by red meat, the Dutch are committed to dairy. "It is difficult to change a national characteristic overnight," says Aiking. "But the government can stimulate development, for example by introducing a concept such as true pricing. Meat and dairy would then become much more expensive and therefore less attractive.”

Good for the wallet

"Reducing meat consumption would not only be good for our health, but also for biodiversity and the climate," he says. "And in the long run for our wallets, because such a measure would drastically reduce healthcare costs.

The nutritional value and sustainability benefits of alternatives to meat and dairy are also open to criticism. "The difference between them and  conventional meat and dairy products is often minimal," says Aiking. "Meat substitutes, for example, are often high in salt, and their production often requires a lot of energy. The latter is mainly due to the use of processes such as extrusion.”

But the use of raw materials from abroad, such as soya, and animal additives such as chicken protein also count towards the energy bill. "The most important item, however, remains the production of fertilizer from nitrogen from the atmosphere," he emphasizes. "With animal-based products, only 15% of this ends up in the human mouth; 85% leads to ammonia emissions that affect biodiversity. A double loss, in other words."

Change your mind

According to Aiking, manufacturers would do well to change their mindset. For example, livestock farmers could consider retraining to become arable farmers, because “according to projections, global demand for crops will almost double in the next 30 years”.

Food manufacturers must ask themselves why they insist on imitating the taste and structure of meat. "The conversion of spherical vegetable proteins into stretched ‘fleshy’ proteins requires a lot of energy. So rather invest in alternatives that are more sustainable, and at least as tasty".

Aiking finds the possibilities in the coming decade exciting. "The pressure on the food system, climate and biodiversity is increasing and I foresee major problems with food security," he says. Biodiversity is expected to decline even further due to global ammonia emissions. Food prices are going to rise and more people are becoming dependent on the food bank. "We need to produce more, in the next 30 years, than in the entire history of our planet. It's going to be make or break," he stresses.

Scientific publication

The emeritus professor won't be to blame. He eats little meat and, although he has been retired for five years, he still publishes extensively on the subject. His article The Next Protein Transition was recently published in the scientific journal Trends in Food Science & Technology.

Aiking also talks to researchers and policymakers about accelerating the pace of the global protein transition. "As far as I'm concerned, the geraniums can wait a bit longer. But least they are vegetable-based."

Harry Aiking was one of the speakers at the Foodvalley Protein Summit on 17 October 2019. This article is the second of a pair. See part one here.

Duurzaamheidsexpert Harry Aiking: “We moeten out-of-the-box gaan denken”

Er komen steeds meer plantaardige alternatieven voor vlees en zuivel op de markt. Een goede ontwikkeling, maar we zijn er nog niet, benadrukt duurzaamheidsexpert Harry Aiking, emeritus hoofddocent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: “Tijd om te gaan omdenken.”

Van vegaburger en havermelk tot plantaardige yoghurt met soja en kokos. Consumenten die meer plantaardig en minder dierlijk willen eten hebben in de supermarkt steeds meer keus. Desondanks eet de gemiddelde Nederlander nog steeds twee keer zoveel dierlijk als plantaardig eiwit. “Dit zou eigenlijk andersom moeten zijn,” aldus Aiking. Ook in andere westerse landen wordt veel meer dierlijk dan plantaardig eiwit gegeten, met uitzondering van Azië, Afrika en Zuid-Amerika. “Maar in landen als China en India zie je de consumptie van vlees respectievelijk zuivel parallel met de inkomens omhoog gaan.”

Er zijn weliswaar steeds meer consumenten die als flexitariër, vegetariër of veganist door het leven gaan, maar de totale consumptie van vlees en zuivel gaat nog steeds omhoog. “Laten we dus vooral niet te vroeg juichen.”

Consuminderen

Een langetermijnvisie ontwikkelen, out-of-the-box denken en consuminderen. Dat is volgens Aiking het credo. “We moeten niet meer elke dag vlees willen eten,” zegt hij. “Want dat draagt niet alleen bij aan de stikstofuitstoot en verlies van biodiversiteit, het kost ook veel water, land en energie.” Ook minder zuivel eten zou zowel milieu als volksgezondheid ten goede komen. Consuminderen vraagt om een bewustwordingsproces bij de consument. Waar consumenten in Noord-Amerika zweren bij red meat, zijn Nederlanders verknocht aan zuivel. “Het is lastig om een volksaard 1-2-3 te veranderen”, zegt Aiking. ”Maar de overheid kan ontwikkelingen wel stimuleren, bijvoorbeeld door een concept als true pricing in te voeren. Vlees en zuivel worden dan een stuk duurder en dus minder aantrekkelijk.

Goed voor de portemonnee

“Dat zou niet alleen goed zijn voor onze gezondheid, maar ook voor de biodiversiteit en het klimaat”, zegt hij. “En op termijn zelfs voor onze portemonnee, want de zorgkosten gaan met zo’n maatregel drastisch omlaag.” Ook op de voedingswaarde en de duurzaamheidswinst van alternatieven voor vlees en zuivel valt nog wel wat aan te merken. “Het verschil met gangbare vlees- en zuivelproducten is vaak marginaal,” zegt Aiking. “Vleesvervangers bijvoorbeeld vatten vaak veel zout en de productie ervan kost vaak veel energie.” Dat laatste komt vooral door inzet van processen als extrusie.

Maar ook het gebruik van grondstoffen uit het buitenland, zoals soja, en dierlijke hulpstoffen als kippenei-eiwit telt mee op de energierekening. “De belangrijkste post blijft echter het maken van kunstmest uit stikstof uit de lucht,” benadrukt hij. “Bij dierlijke producten komt daarvan maar 15% in de menselijke mond, en 85% leidt tot ammoniakemissies die de biodiversiteit aantasten. Een dubbel verlies, dus.”

Omdenken

Fabrikanten doen er volgens Aiking goed aan om te gaan ‘omdenken’. Zo kunnen veehouders overwegen zich om te scholen tot akkerbouwer, want ‘volgens projecties gaat de wereldwijde vraag naar gewassen de komende 30 jaar nog bijna verdubbelen.’

Voedingsmiddelenfabrikanten moeten zichzelf de vraag stellen waarom ze zo perse de smaak en structuur van vlees willen imiteren. “De omzetting van bolvormige plantaardige eiwitten in gestrekte vleesachtige eiwitten kost veel energie. Dus investeer liever in alternatieven die duurzamer zijn, en minstens zo lekker.”.

Aiking ziet de komende tien jaar met spanning tegemoet. “De druk op het voedselsysteem, het klimaat en de biodiversiteit nemen toe en ik voorzie grote problemen met de voedselzekerheid,” zegt hij. De biodiversiteit neemt naar verwachting nog verder af door de wereldwijde emissie van ammoniak. Voedselprijzen gaan stijgen en er worden nog meer mensen afhankelijk van de voedselbank. “We moeten de komende 30 jaar meer gaan produceren dan in de hele geschiedenis van onze planeet. Het wordt erop of eronder,” benadrukt hij.

Wetenschappelijke publicatie

Aan de emeritus hoofddocent zal het niet liggen. Hij eet weinig vlees en, hoewel hij al vijf jaar met pensioen is, publiceert hij nog volop over het onderwerp. Zo verscheen onlangs nog zijn artikel The next protein transition van hem in het wetenschappelijke tijdschrift Trends in Food Science & Technology.  Aiking praat ook met onderzoekers en beleidsmakers over de route naar een snelle, wereldwijde eiwittransitie. “De geraniums kunnen wat mij betreft nog wel even wachten. Maar ze zijn tenminste plantaardig.”

Harry Aiking was een van de sprekers tijdens de Foodvalley Protein Summit op 17 oktober 2019. Dit artikel is het laatste deel in een tweeluik. Voor deel een >.